Babel en de bouwers

Een Boodschap voor de Laatste Dagen

Babel en de bouwers

Door Barbara Montrose

Waarom zond de liefdevolle Majesteit van het universum een vloed van regen zo enorm, dat deze de hele aarde bedekte? De duidelijke uitleg is te vinden in de Schrift: ‘En de Heere zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel van de gedachten zijns harten te allen dage alleen boos was… Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde’ (Genesis 6:5, 11-12).

Inderdaad, “God had de mensen Zijn geboden gegeven als een leefregel, maar Zijn wet was overtreden, en alle denkbare zonden werden bedreven. De boosheid van de mensen werd in het openbaar bedreven, gerechtigheid werd met voeten getreden, en het geschrei der verdrukten steeg op tot de hemel.” –Patriarchen en Profeten, blz. 62.

Polygamie, roof en geweld heersten. De aarde, die nog in haar kinderschoenen stond, was al een beerput van morele vervuiling geworden.

De regenboog van belofte

De enige overlevenden van de grote Vloed, die de verdorven planeet verwoestte, waren de patriarch Noach en zijn gezin. Velen onderschatten het belang van deze vitale geschiedenis!

Ondanks alle bewijzen: ‘Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen. En zeggen: Waar is de belofte van Zijn toekomst? Want van die dag, dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk vanaf het begin der schepping. Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen sedert lang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande; door welke de wereld, die toen was, met het water van de zondvloed bedekt zijnde, vergaan is’ (2 Petrus 3:3-6).

Toen het water zich terugtrok, sloot de Schepper en Heerser van de natuurlijke wereld een verbond met Noach: Hij verklaarde: ‘En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren van de vloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen vloed meer zal zijn om de aarde te verderven’ (Genesis 9:11).

Degenen, die zich vandaag de dag zorgen maken en piekeren over veranderingen in het klimaat van de aarde, zullen getroost moeten worden door de tedere verzekering van haar Schepper: ‘Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden’ (Genesis 8:22). Zijn woorden zijn altijd waar. De Heer gaf zelfs een visueel teken van Zijn verbond voor toekomstige generaties: ‘En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en tussen u en tussen alle levende ziel, die bij u is, tot eeuwige geslachten. Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken, die zal zijn tot een teken van het verbond tussen Mij en tussen de aarde. En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde breng, dat deze boog zal gezien worden in de wolken. Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond, dat is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven. En als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is’ (Genesis 9:12-16).

Afval keert terug

Het duurde niet lang, voordat het kwaad weer de gemene kop opstak. Nimrod, een kleinzoon van Noach, werd een machtige jager, die een vlakte vond in het land Sinear, waar hij een toren bouwde.

‘En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden. Maar het geschiedde, toen zij naar het oosten trokken, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar. En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en goed doorbranden. En de tichel was hun voor steen en het lijm was hun voor leem. En zij zeiden: Kom, laat ons voor ons een stad bouwen en een toren, welks opperste in de hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden’ (Genesis 11:1-4).

Waarom wilden zij zo’n hoge toren bouwen?

  1. De top zou de hemel bereiken (om God te slim af te zijn).
  2. Ze zouden een naam voor zichzelf maken (om zichzelf te verheffen boven God).
  3. Ze zouden niet verstrooid worden (duidelijk tegenstrijdig aan Gods oorspronkelijke plan voor de mensheid, zoals getoond in Genesis 1:28).

“De bewoners van de vlakte van Sinear geloofden niet in het verbond van God, dat Hij nooit weer een zondvloed op de aarde zou doen komen. Velen loochenden het bestaan van God en schreven de vloed toe aan natuurlijke oorzaken. Anderen geloofden in een Opperwezen, en dat dit opperwezen de wereld van voor de vloed had verdelgd; en hun harten kwamen, evenals dat van Kaïn, tegen Hem in opstand. Het oprichten van de toren had ten doel een beveiliging te verschaffen in geval van een nieuwe zondvloed. Door een bouwwerk te maken van groter hoogte dan het peil van het water tijdens de vloed, meenden ze, dat ze buiten alle gevaar waren. En als ze in staat zouden zijn te bouwen tot in de wolken, hoopten ze een verklaring voor de vloed te vinden. Heel de onderneming was bedoeld om de trots van de bouwers te bevredigen en de gedachten van komende geslachten af te wenden van God en hen tot afgodendienst te leiden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 90.

Het plan van de Schepper was, dat het menselijk geslacht zich over de aarde zou verspreiden, met kennis van Zijn wil, die bewaard zou blijven voor toekomstige generaties zolang de planeet zou bestaan.

“De bouwers van Babel hadden een geest van morren gekoesterd jegens God. In plaats van dankbaar te denken aan Zijn barmhartigheid jegens Adam en Zijn genadeverbond met Noach, hadden ze zich beklaagd over Zijn gestrengheid door het verdrijven van het eerste mensenpaar uit het paradijs, en het verdelgen van de wereld door een vloed. Maar terwijl ze God beschuldigden van partijdigheid en strengheid, aanvaardden ze de wetten van de wreedste tirannen. Satan streefde ernaar de offeranden, die heen wezen op de dood van Christus, verachtelijk voor te stellen, en terwijl de geest van de mensen verduisterd werd door hun afgoderij, bracht hij hen ertoe hun eigen kinderen te offeren op de altaren van hun goden.

Toen de mensen zich afwendden van God, werden de goddelijke eigenschappen, gerechtigheid, reinheid en liefde, vervangen door verdrukking, geweld en wreedheid.

De mannen van Babel hadden besloten een bestuur te vestigen, dat los zou staan van God. Er waren echter onder hen sommigen, die de Heere vreesden, maar die misleid waren door de drogredenen van de goddelozen en in hun plannen waren betrokken. Ter wille van deze getrouwen vertraagde de Heere Zijn oordelen en gaf het volk tijd om hun ware aard te openbaren. Toen deze aard zichtbaar werd, deden de zonen Gods hun best om hen van hun verkeerde handelwijze af te brengen; maar het volk verenigde zich in hun hemeltergende onderneming. Als ze ongehinderd waren doorgegaan, zouden ze de wereld reeds direct hebben verdorven. Hun samengaan was gegrond op rebellie; een koninkrijk, opgericht om het eigen ik te verheffen, en waarin voor God geen plaats was. Als dit samengaan ongehinderd voortgang had kunnen vinden, zou een macht ontstaan zijn, die gerechtigheid, en daarmee vrede, geluk en zekerheid, van de aarde gebannen had. Want de mensen streefden ernaar om Gods geboden, die ‘heilig en rechtvaardig en goed’ zijn (Romeinen 7:12), te vervangen door wetten, die dienden om hun eigen zelfzucht en wreedheid te bevredigen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 91-93.

De geschiedenis herhaalt zich

Zien we zulke houdingen vandaag de dag niet nog steeds? De details mogen misschien anders zijn, maar het is hetzelfde type scenario, hetzelfde oude verhaal:

‘Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt, of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden. Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden. En hebben de heerlijkheid van de onverderfelijke God veranderd in de gelijkenis van een beeld van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende dieren. Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden van hun harten tot onreinheid om hun lichamen onder elkander te onteren. Die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, Die te prijzen is in eeuwigheid. Amen’ (Romeinen 1:21-25).

‘Zij belijden, dat zij God kennen; maar zij verloochenen Hem met de werken, alzo zij gruwelijk zijn, en ongehoorzaam, en tot alle goed werk ongeschikt’ (Titus 1:16).

Godvrezende mensen bidden, en God handelt!

“Zij, die de Heere vreesden, riepen tot Hem om tussenbeide te komen. ‘Toen daalde de Heere neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien’. In Zijn barmhartigheid jegens de wereld deed Hij het werk der bouwers teniet en verwoestte het gedenkteken van hun uitdaging. In genade verwarde Hij hun spraak, en verhinderde zodoende een verder verloop van hun opstand. God verdraagt lange tijd de verdorvenheid van de mens, en schenkt hem ruimschoots de kans zich te bekeren; maar Hij let op al diens plannen om het gezag van Zijn heilige en rechtvaardige wet te weerstaan. Van tijd tot tijd wordt een onzichtbare hand uitgestrekt om ongerechtigheid te weerhouden. Onmiskenbare bewijzen worden gegeven, dat de Schepper van het heelal, Hij, Die oneindig is in wijsheid en liefde en waarheid, de Opperste Heerser van hemel en aarde, en dat niemand Zijn macht ongestraft kan weerstaan.” –Patriarchen en Profeten, blz. 93.

“Toen kwam de Heere neer om te bezien de stad en de toren, die de kinderen der mensen bouwden. En de Heere zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, wat zij beginnen te maken; maar nu, zou hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken? Kom aan, laat Ons neervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat een ieder de spraak van zijn naaste niet hore. Alzo verstrooide hen de Heere van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen. Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de Heere de spraak der ganse aarde; en van daar verstrooide hen de Heere over de ganse aarde’ (Genesis 11:5-9).

Hoe eindigen al dergelijke ondernemingen uiteindelijk?

“De plannen van de torenbouwers van Babel eindigden in schande en nederlaag. Het monument van hun trots werd het gedenkteken van hun dwaasheid. Toch volgen mensen nog dezelfde koers, ze vertrouwen op zichzelf en verwerpen de wet van God. Dit was het beginsel, dat Satan in de hemel had getracht ten uitvoer te brengen; dit beginsel had Kaïn geleid bij het brengen van zijn offerande.

Ook in onze dagen zijn er torenbouwers. Ongelovigen bouwen hun theorieën op veronderstelde gevolgtrekkingen der wetenschap, en verwerpen het geopenbaarde Woord van God. Ze matigen zich aan een oordeel te vellen over Gods morele gezag; ze verachten Zijn wet en beroemen zich op de genoegzaamheid van menselijk vernuft. ‘Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen’ (Prediker 8:11).

Onder degenen, die voorgeven christenen te zijn, zullen velen zich afwenden van de duidelijke waarheden van de Bijbel, om een geloofsbelijdenis te bouwen op menselijke berekeningen en aangename fabelen, en ze wijzen op hun toren als een middel om tot in de hemel op te klimmen. Mensen hangen vol bewondering aan de lippen van de welsprekendheid, terwijl geleerd wordt, dat de overtreder niet zal sterven, dat zaligheid verkregen kan worden zonder de wet van God te gehoorzamen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 93-94.

Bouwt u torens van aangename valse leerstellingen om de hemel te trotseren? Doe ik dat? Zovelen doen dit, vaak zonder het zelfs maar te beseffen. We moeten ons hart en onze praktijken onderzoeken en waakzaam zijn.

Eenheid tegenover confederatie

“Als belijdende volgelingen van Christus de maatstaf van God zouden aanvaarden, zou dit hen verenigen; maar zolang menselijke wijsheid geplaatst wordt boven Zijn Heilig Woord, zal er verschil van mening en verdeeldheid zijn. De verwarring, die heden bestaat tussen de verschillende kerken en geloofsbelijdenissen, wordt passend tot uitdrukking gebracht door de benaming ‘Babylon’, in een profetie (Openbaring 14:8; 18:2), die van toepassing is op de kerken in de laatste dagen, die de wereld liefhebben.” –Patriarchen en Profeten, blz. 94.

De apostel Paulus waarschuwde de vroege gemeente plechtig, die was gebaseerd op een zuiver, heilig geloof: ‘Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. En uit uzelf zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich’ (Handelingen 20:29-30).

Vaak is het nodig om afstand te nemen van zulke individuen: ‘Voorzeker, de fundamenten worden omgestoten, wat heeft de rechtvaardige bedreven?’ (Psalm 11:3). ‘En ik bid u, broeders, neemt acht op hen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt, en wijkt af van hen’ (Romeinen 16:17).

Trouw blijven aan hen, die willens en wetens in de duisternis van dwaling leven, is gevaarlijk. Zelfs als volwassenen, kunnen we toestaan, dat groepsdruk ons ervan weerhoudt te doen, wat we weten dat juist is. We lijken te beven bij de mogelijkheid, dat we een gewone sterveling beledigen, terwijl onze grootste zorg moet zijn, dat we onze heilige en rechtvaardige God niet beledigen.

‘Gij zult niet zeggen: Een samenzwering van alles, waar dit volk van zegt: Het is een samenzwering; en vreest gij hun vrees niet, en verschrikt niet. De Heere der heerscharen, Die zult gij heiligen, en Hij zij uw vreze, en Hij zij uw verschrikking’ (Jesaja 8:12-13). ‘En vreest niet voor hen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel’ (Matthéüs 10:28).

“Door afvalligheid hebben gevallen mensen en gevallen engelen zich in één verbond verenigd om het goede tegen te staan. Zij zijn verenigd in een wanhopige kameraadschap. Door zijn boze engelen streeft Satan ernaar een verbond aan te gaan met mensen, die belijden gelovig te zijn en in die toestand laat hij Gods gemeente. Hij weet dat, als hij mensen kan verlokken om deel te hebben aan de opstand, zoals hij de engelen heeft verleid om te handelen onder het mom van dienstknechten van God, zij zijn meest succesvolle bondgenoten zullen zijn in zijn strijd tegen God. Hij kan hen onder het voorwendsel van godsvrucht inspireren met zijn eigen geest van beschuldigingen en hen ertoe brengen Gods dienstknechten te beschuldigen van boosheid en bedrog.

Hun werk om verdeeldheid te scheppen, beschuldigingen te uiten, die onenigheid en bitterheid onder de broeders veroorzaken, om de tong in daadwerkelijke dienst van Satan te gebruiken, om zaad van tweedracht te zaaien door op het kwade te letten en door over zaken te spreken, die tweedracht wekken.

Ik smeek allen, die zich bezighouden met dit werk van mopperen en klagen, omdat er iets gezegd is of gedaan, dat hen niet past, en dat men naar hun mening hun woorden niet voldoende aandacht schenkt, te bedenken, dat zij precies hetzelfde werk doen, dat door Satan in de hemel is begonnen. Ze volgen zijn spoor door ongeloof te zaaien en onenigheid en ontrouw te bewerkstelligen, want niemand kan bepaalde ontevreden gevoelens alleen maar voor zichzelf koesteren. Hij moet aan anderen vertellen, dat hij niet behandeld is, zoals het hoorde. Op deze wijze worden ze ertoe gebracht te morren en te klagen. Dit is de wortel van bitterheid, die opkomt, waardoor velen worden aangetast.

Op deze wijze werkt Satan nu nog door zijn boze engelen. Hij gaat een verbond aan met mensen, die beweren, dat ze geloven; en zij, die hun best doen Gods werk getrouw vooruit te helpen, zonder dat ze door iemand bewonderd worden; die werken zonder huichelarij en partijdigheid, zullen zo zwaar mogelijke beproevingen van Satan moeten ondergaan door hen, die beweren dat ze God liefhebben. Het succes van Satan is overeenkomstig het licht en de kennis van deze tegenstanders. De wortel van bitterheid reikt diep en wordt aan anderen meegedeeld. Op deze wijze worden velen verontreinigd. Hun uitspraken worden verward en in strijd met de waarheid; hun beginselen zijn zonder scrupules, en Satan vindt in hen precies de helpers, die hij nodig heeft…

De vraag is gesteld: Wat bedoelt u met een confederatie? Wie hebben confederaties gevormd? U weet, wat een confederatie is, een eenheid van mensen in een werk, dat niet bepaald het stempel draagt van zuivere, oprechte, vaste trouw.” –Bijbelkommentaar, blz. 226-227.

‘Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen. En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige’ (2 Korinthe 6:17-18).

“De goddelozen worden verenigd in groepen, in bonden, in confederaties. Laten wij niets te doen hebben met deze organisaties. God is onze Heerser, onze Bestuurder, en Hij roept ons uit de wereld om afgescheiden te zijn. ‘Gaat uit van haar en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt het onreine niet aan’. Als we weigeren hieraan gehoor te geven, als we doorgaan om ons met de wereld te verbinden, en alles te bezien vanuit een werelds standpunt, zullen we aan de wereld gelijk worden. Als wereldse beleidsvormen en wereldse ideeën onze handelingen beheersen, kunnen we niet op de hoogstaande en geheiligde basis van de eeuwige waarheid staan.” –Bijbelkommentaar, blz. 227-228.

Tijd om actie te ondernemen

Babylon, de confederatie van tussenoplossingen, verdorvenheid, verwarring, is gevallen. Het is niet nodig met haar te vallen!

Jezus waarschuwt: ‘Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’ (Matthéüs 10:32-34).

“De Heiland zei Zijn discipelen niet te hopen, dat de vijandigheid van de wereld jegens het evangelie overwonnen zou worden, en dat na verloop van tijd de tegenkanting ten einde zou komen. Hij zei: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’. Dit veroorzaken van strijd is niet de uitwerking van het evangelie, maar het gevolg van de tegenkanting daartegen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 305.

Laten we niet, door wereldse samenwerking, in tegenstand tegen Christus worden gevonden! Hij heeft een betere weg gepresenteerd: ‘Dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is en gans geen duisternis in Hem is. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij en doen de waarheid niet. Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Johannes 1:5-7).

“De tijd van Gods bezoek nadert. De Allerhoogste zal neerdalen om te zien wat de mensenkinderen gebouwd hebben.” –Patriarchen en Profeten, blz. 94.

Terug naar de uitgave