Geen angst?

Een geweldig leven opbouwen

Geen angst?

Barbara Montrose

‘Zo Gij, HEERE! De ongerechtigheden gadeslaat; Heere! Wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt’ (Psalm 130:3-4).

Er is een populaire uitdrukking die de laatste jaren de ronde doet: “No fear” (vrees niet). Het betekent verschillende dingen voor verschillende mensen. Maar hoewel het waar is, dat moed geprezen moet worden, is er een bepaalde angst, vrees, die we niet moeten vermijden. Eigenlijk is het een extreem gezonde en wijze angst die we kunnen cultiveren.

De vrees voor God. Vaak proberen we weg te redeneren, dat de vrees voor God simpelweg eerbied en respect betekent. Dat kan wel ergens op slaan, maar in werkelijkheid is God vrezen iets veel groters dan we beseffen. Het lijkt erop, dat hoe verder we afdwalen van de werkelijke schepping van de wereld, hoe meer geschiedenis zich ontvouwt, hoe verder we lijken te zijn verwijderd van het daadwerkelijk begrijpen van wat het betekent om een pure, oprechte angst, vrees, voor God te hebben.

Angst geïntroduceerd

Waar moeten we heen om een duidelijker beeld te krijgen van deze belangrijke kwaliteit? Je schoolboek legt concepten uit aan het begin van het boek. Later in het boek wordt ervan uitgegaan dat je die dingen al weet, dus de auteur bouwt erop voort. Zo ook met Gods schoolboek, de Bijbel. Dus, om de vrees voor God te begrijpen, beginnen we in Genesis. Daar wordt deze vrees voor het eerst beschreven door Jakob, toen hij alleen was in de woestijn.

‘’Toen nu Jakob van zijn slaap ontwaakte, zeide hij: Gewis is de HEERE aan deze plaats, en ik heb het niet geweten! En hij vreesde, en zeide: Hoe vreselijk is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels!’’ (Genesis 28:16-17).

Vreselijk! Dat is geen lichte beschrijving. Jakob werd overvallen door verwondering en verbazing. Toen Jakobs vader Abraham de Almachtige ontmoette, viel hij op zijn gezicht (Genesis 17:3). Dat deed Saulus van Tarsus ook (Handelingen 9:3-4). Wat moeten we leren van de beschrijving van Mozes op de berg?

’Want gij zijt niet gekomen tot de tastbare berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder. En tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gericht worden. (Want zij konden niet dragen, hetgeen er geboden werd: Indien ook een gedierte de berg aanraakt, het zal gestenigd, of met een pijl doorschoten worden. En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende)’’ (Hebreeën 12:18-21).

Waarom moeten we eigenlijk God vrezen?

1 Voor wie Hij is.

’Want wie mag in de hemel tegen de HEERE geschat worden? Wie is aan de HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken? God is grotelijks geducht in de raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn. O HEERE, God der heerscharen! Wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! En Uw getrouwheid is rondom U! Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze’ (Psalm 89:7-10). ’Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! Zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid. Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is’ (Jeremia 10:6-7).

2 Om wat Hij heeft gedaan.

’Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door de Geest van Zijn mond al hun heer. Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt de afgronden tot schatkamers. Laat de ganse aarde voor de HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken. Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er’ (Psalm 33:6-9). ’Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden’ (Hebreeën 11:3). God heeft het universum uit het niets gemaakt! Het enige wat Hij hoeft te doen is spreken en het gebeurt! Er is een wetenschappelijke wet, dat materie niet kan worden geschapen of vernietigd, het kan eenvoudigweg van vorm veranderen. Ja, dat is waar, het kan niet worden geschapen door menselijke kracht. Maar, ’Zou iets voor de HEERE te wonderlijk zijn?’ (Genesis 18:14).

3 Om wat Hij doet.

’Komt en ziet Gods daden: Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen’ (Psalm 66:5). “Heeft God u niet elk bewijs van Zijn liefde gegeven? Heeft Hij Jezus niet toegestaan om naar deze wereld te komen als ons voorbeeld? Mensen konden de perfectie van Christus’ karakter niet verdragen, en zij namen en kruisigden Hem. Er is een kruisiging, die in ons leven moet doorgaan, een voortdurend sterven aan onszelf en zonde. We moeten behoedzaam wandelen, zodat ons leven het evangelie van Christus kan verkondigen aan hen met wie we omgaan. Als we behoedzaam spreken en wandelen, zal het licht van Christus in ons leven worden geopenbaard.” –Manuscript Releases, vol. 7, blz. 25.

Dit licht van Christus, dat in ons leven wordt geopenbaard, is bewijs van Zijn activiteit op dit moment. De Heilige Geest werkt in uw leven. Daarom hebt u besloten om dit artikel in dit tijdschrift te lezen. God trekt u met koorden van liefde. Misschien is het belangrijkste dat Hij wil dat u weet, Zijn vergeving! ’Zo Gij, HEERE! De ongerechtigheden gadeslaat; Heere! Wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt’ (Psalm 130:3-4).

Omdat deze vergeving zo groot, zo uitgestrekt, zo ondoorgrondelijk is, vrezen wij Hem. Wij vrezen Hem, omdat wij Hem liefhebben. ’En vreest niet voor hen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel’ (Matthéüs 10:28).

Wat is het resultaat van deze vrees?

‘Komt, gij, kinderen! Hoort naar mij! Ik zal u de vreze des HEEREN leren. Wie is de man, die lust heeft tot het leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek de vrede, en jaag die na. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep. Het aangezicht des HEEREN is tegen hen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien. Zij roepen, en de HEERE hoort en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. De Heere is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest’ (Psalm 34:12-19).

“Jongeren worden niet dom of inefficiënt, wanneer ze zich wijden aan het dienen van God. ‘Het vrezen van de Heer is het beginsel van de wijsheid’. Zelfs het jongste kind, dat God vreest en liefheeft, is in Zijn ogen groter dan de meest getalenteerde en geleerde mens, die dit grote heil afwijst. Jongeren, die hun hart en leven aan God wijden, hebben zich door dit te doen, verbonden met de Bron van alles, wat wijs is en uitblinkt.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 310-311.

’Ziet toe, dat gij Hem, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die hem verwierpen, die op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Hem afkeren, Die van de hemelen is. Wiens stem toen de aarde bewoog; maar nu heeft Hij verkondigd, zeggende: Nog eenmaal zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook de hemel. En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn. Daarom alzo wij een onbewegelijke Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, waardoor wij welbehagelijk God mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. Want onze God is een verterend vuur’ (Hebreeën 12:25-29).

Terug naar de uitgave