De middernachtelijke roep
Overgenomen van een studie door Davi Paes Silva
‘Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, die hun lampen namen, en uitgingen, de bruidegom tegemoet. En vijf van hen waren wijzen, en vijf waren dwazen. Die dwaas waren, hun lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in hun vaten, met hun lampen. Toen nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig en vielen in slaap. En te middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden hun lampen. En die dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij, maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Toen zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik u: Ik ken u niet’ (Matthéüs 25:1-12).
Aardse illustraties zijn niet voldoende om hemelse dingen uit te leggen. Daarom gebruikte Jezus veel verschillende gelijkenissen om Zijn kinderen te helpen het “koninkrijk der hemelen” te begrijpen.
De gelijkenis van de tien maagden is een van de belangrijkste gelijkenissen, die Christus heeft uitgesproken. Hierin vinden we essentiële lessen voor onze geestelijke voorbereiding op de eeuwigheid. Hier zijn enkele belangrijke punten:
- Tien maagden – In Openbaring 14:4, waar gesproken wordt over de verzegelde groep van 144.000, wordt gezegd dat zij ’niet met vrouwen (gevallen kerken) bezoedeld zijn; want zij zijn maagden’. Zij worden maagden genoemd, omdat zij een zuiver geloof belijden.
- Lampen – Gods Woord. ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105).
- Bruidegom – Jezus Christus.
- Vijf wijze maagden en vijf dwaze maagden – Twee klassen in Gods gemeente. ‘Men heeft de mensen, die zich volgelingen van Christus noemen, altijd in twee groepen kunnen verdelen. Terwijl de ene groep mensen het leven van Jezus overdenkt, oprecht hun gebreken wil verbeteren, en het grote Voorbeeld wil navolgen, keert de andere groep zich af van de eenvoudige, praktische waarheden, die hun dwalingen aan het licht brengen. Zelfs in haar beste dagen bestond de gemeente niet volledig uit ware, zuivere, oprechte gelovigen.’ –De Grote Strijd, blz. 39. Beide klassen vielen in een geestelijke slaap.
- De olie: a. Een symbool van de Heilige Geest (Zacharia hoofdstuk 4). b. De gerechtigheid van Christus, weerspiegeld in een gezuiverd karakter naar Zijn gelijkenis. c. De genade van Christus. “Hij, die zijn waakzaamheid verslapt, omdat hij de dag noch het uur weet, waarop zijn Heer zal komen, die onzorgvuldig wordt en verzuimt zijn vat met olie te laten vullen (de genade van Christus), zal onvoorbereid worden bevonden en zal niet naar de bruiloft gaan. Hoe plechtig is de vaak herhaalde waarschuwing die onze Heer heeft gegeven om te waken! Hij zegt: ‘Weest ook gij bereid, want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen’ (Matthéüs 24:44).” –The Signs of the Times, 6 augustus 1894.
Wat was de middernachtelijke roep?
In Zijn gelijkenis van de tien maagden zegt Christus, dat ’te middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet’ (Matthéüs 25:6).
“Het is in een crisis, dat het karakter onthuld wordt. Toen de ernstige stem om middernacht verkondigde: ‘Zie, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet’, en de slapende maagden uit hun slaap werden gewekt, werd gezien wie voorbereidingen had getroffen voor de gebeurtenis. Beide partijen werden verrast; maar de een was voorbereid op de noodsituatie, en de ander werd zonder voorbereiding aangetroffen. Dus nu zal een plotselinge en onverwachte ramp, iets dat de ziel oog in oog brengt met de dood, laten zien of er enig echt geloof is in de beloften van God. Het zal laten zien of de ziel wordt onderhouden door genade. De grote laatste test komt aan het einde van de menselijke beproeving, wanneer het te laat zal zijn om in de behoefte van de ziel te voorzien.” –The Review and Herald, 22 december 1904.
Degenen, die de boodschap van de eerste engel verwierpen, konden noch door de boodschap van de tweede engel, noch door de middernachtelijke roep, die hen moest voorbereiden om met Jezus door geloof de allerheiligste plaats van het hemelse heiligdom binnen te gaan, gebaat zijn.
De relatie tot de Advent beweging
Als we de toepassing van de gelijkenis van de tien maagden bestuderen, zien we, dat deze op verschillende momenten van toepassing is. De gelijkenis had bijvoorbeeld een duidelijke toepassing op de Advent beweging vóór 1844.
“De gelovigen dachten, dat ‘de komst van de bruidegom’ de wederkomst van Christus voorstelde, die wordt aangekondigd door de boodschap van de eerste engel. De algemene hervorming onder invloed van de verkondiging van Zijn spoedige wederkomst stemde volgens hen overeen met het uitgaan van de maagden. In deze gelijkenis zijn er net zoals in Matthéüs 24 twee groepen mensen. Zij hadden allemaal hun lampen, de Bijbel, meegenomen, en waren bij het licht daarvan uitgegaan om de Bruidegom te ontmoeten: ‘de dwazen namen haar lampen mede, maar geen olie’; ‘doch de wijzen namen olie in haar kruiken, met haar lampen’. De wijze maagden hadden Gods genade, de vernieuwende, verlichtende kracht van de Heilige Geest, die Zijn Woord maakte tot een lamp voor hun voet en een licht op hun pad, ontvangen. In de vreze Gods hadden zij de Schrift bestudeerd om de waarheid te leren kennen, en hadden oprecht gestreefd naar een rein hart en een rein leven. Zij hadden een persoonlijke ervaring meegemaakt, en hadden een geloof in God en Zijn Woord, dat niet kon worden geschokt door teleurstelling en oponthoud. De anderen hadden hun lampen bij zich, hadden geen olie. Zij hadden impulsief gehandeld. Zij waren bang geworden door de plechtige boodschap, maar hadden gebouwd op het geloof van hun broeders en zusters, zij hadden genoegen genomen met het flikkerende licht van hun gevoelens, zij hadden geen grondige kennis van de waarheid en hadden de echte uitwerking van de genade in hun hart niet ervaren. Zij waren uitgegaan om de Bruidegom te ontmoeten, ze waren vol hoop door het vooruitzicht van een onmiddellijke beloning, maar waren niet voorbereid op uitstel en teleurstelling. Toen de beproevingen kwamen, schoot hun geloof tekort, en brandden hun lampen op een laag pitje. ‘Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig, en sliepen in’.
Het uitblijven van de bruidegom doelt op het verstrijken van de tijd vanaf het ogenblik, dat Christus werd verwacht, en wijst ook op de teleurstelling van de schijnbare vertraging. In die tijd van onzekerheid begon de belangstelling van de oppervlakkigen en lauwen spoedig te verminderen, en begonnen hun inspanningen te verslappen. Maar zij, die hun geloof op een persoonlijke kennis van de Bijbel hadden gesteund, stonden op een rots, die niet kon worden weggespoeld door de golven van teleurstelling. ‘Zij werden allen slaperig en sliepen in’; de ene groep werd onverschillig, en geloofde niet meer; de andere groep wachtte geduldig tot er meer licht kwam. Toch schenen de laatstgenoemden in de nacht van hun beproeving tot op zekere hoogte hun ijver en toewijding te verliezen. De lauwen en oppervlakkigen konden niet meer bouwen op het geloof van hun broeders en zusters. Iedereen moest op eigen benen staan of vallen.” –De Grote Strijd, blz. 369-370.
De boodschap van de tweede engel werd voor het eerst verkondigd door de dienaren van God in de zomer van 1844. Als gevolg daarvan verlieten velen de gevallen kerken. In verband met deze boodschap werd de middernachtelijke roep (Matthéüs 25:1-13) gegeven: ‘Ziet, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet’.
Dit bracht een opwekking in verband met de boodschap van de tweede engel, die in 1844 werd gegeven. Het was een soort “luide roep” van de boodschap van de tweede engel.
Wordt herhaald
“Christenen, die ontslapen zijn, vóórdat de deur naar het heilige der heiligen geopend werd, toen het middernachtelijke geroep voorbij was, in de zevende maand, 1844, en die de ware Sabbat niet gehouden hadden, nu in hope rusten; want zij hadden het licht en de toets van de Sabbat niet, welke wij nu hebben, sinds die deur geopend is. Ik zag, dat Satan sommigen van Gods volk op dit punt trachtte te verzoeken. Omdat, er zoveel goede Christenen ontslapen zijn in de overwinning van hun geloof, en niet de ware Sabbat gehouden hebben, twijfelden zij eraan of dat nu wel een toets voor ons is.” –Eerste Geschriften, blz. 39.
Hier vinden we nog een zeer belangrijke hint over de “middernachtelijke roep”. Er wordt gezegd dat “de middernachtroep was voltooid, in de zevende maand, 1844.” Wat was de zevende maand?
De eerste teleurstelling vond plaats in maart 1844, wat overeenkwam met de eerste maand van de Hebreeuwse religieuze kalender. Na verdere studie werd gerealiseerd, dat de dag van verzoening, waarvan zij begrepen, dat het de komst van de Bruidegom zou markeren, plaatsvond op de tiende dag van de zevende maand in de Hebreeuwse kalender. In dat jaar viel de tiende dag van de zevende maand op 22 oktober 1844. Deze correctie in de berekening van de maand, nu gekoppeld aan een exacte dag, zorgde voor een grote opleving onder de Adventisten in de late zomer en vroege herfst van 1844. Die opleving werd bekend als de “zevende maandbeweging”.
“Dit was het middernachtelijk geroep, dat kracht moest bijzetten aan de boodschap van de tweede engel. Er werden engelen uit de hemel gezonden om de ontmoedigde heiligen op te wekken, en hen voor te bereiden op het grote werk, dat hun te doen stond. De meest begaafde mannen waren niet de eersten om deze boodschap aan te nemen. Er werden engelen gezonden tot de eenvoudige, toegewijde mensen, welke zij drongen om de kreet aan te heffen: “Ziet, de bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet!” Degenen aan wie het geroep toevertrouwd werd, haastten zich en deden in de kracht des Heiligen Geestes de boodschap horen, en schudden hun ontmoedigde broeders en zusters wakker. Dit werk was niet in de wijsheid en geleerdheid der mensen, maar in de kracht Gods; en Zijn heiligen, die het geroep hoorden, konden het niet weerstaan. Die het meest geestelijk gezind waren, ontvingen de boodschap het eerst, en zij, die in het begin in het werk voorgegaan waren, waren de laatsten om het geroep van “Ziet, de bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet!” aan te nemen, en te doen aanzwellen.
In ieder deel van het land ontvingen de mensen licht over de boodschap van de tweede engel, en het geroep deed de harten van duizenden versmelten. Het ging van stad tot stad, en van dorp tot dorp, totdat het wachtende volk Gods volkomen wakker geschud was. In vele kerken werd de boodschap niet toegelaten, en een groot aantal, dat het levende getuigenis had, verliet deze gevallen kerken. Er werd een machtig werk gedaan door het middernachtelijk geroep. De boodschap drong door tot het hart, en leidde er de gelovigen toe om ieder voor zichzelf een levende bevinding te zoeken. Zij begrepen, dat de een niet op de ander steunen kon.” –Eerste Geschriften, blz. 284-285.
De middernachtelijke roep, geleid door de Heilige Geest, was inderdaad een krachtige beweging onder hen, die de boodschap van de tweede engel predikten. Het gaf kracht aan de boodschap, voordat de grote teleurstelling plaatsvond op 22 oktober 1844.
Hoe zit het nu?
Ook vandaag zou met grote kracht de roep “Zie, de Bruidegom komt; gaat uit Hem tegemoet” in geest en waarheid verkondigd moeten worden. Maar helaas “verwachten velen aan te zitten aan het bruiloftsmaal van het Lam, die niet voorbereid zijn op de komst van de Koning. Zij zijn als de blinden; zij schijnen hun gevaar niet te onderscheiden.” –Medical Ministry, blz. 331.
Concluderend zouden we zeggen, dat de middernachtelijke roep voor de boodschap van de tweede engel was wat de luide roep voor de boodschap van de derde engel zal zijn. Johannes, de Openbaarder, beschrijft: ‘En na dezen zag ik een andere engel afkomen uit de hemel, hebbende grote macht, en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid. En hij riep krachtig met een grote stem, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte. Omdat uit de wijn van de toorn van haar hoererij alle volken gedronken hebben, en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden der aarde rijk zijn geworden uit de kracht van haar weelde. En ik hoorde een andere stem uit de hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt’ (Openbaring 18:1-4).
“Dit is niet het moment voor de boodschappers van God om te stoppen met het ondersteunen van degenen, die de waarheid kennen en die alle voordelen hebben. Laten zij doorgaan met het opheffen van de standaard en de waarschuwing geven: ‘Ziet, de Bruidegom komt; gaat uit om Hem te ontmoeten’.” –Testimonies to Ministers, blz. 233.
Amen!